Een roep van wanhoop

Nood doet bidden is een oud gezegde. Als het water tot aan je lippen staat en er geen uitweg mogelijk lijkt, dan grijpen zelfs de meest ongelovige mensen naar het gebed als laatste strohalm. Dan is dat gebed geen vragend “wilt-U-verlanglijstje” meer, maar dan krijgt het een andere klank. Het wordt een roep van wanhoop.
De Bijbel omschrijft dit als een ‘smeking’ waarbij meestal geen woorden meer te vinden zijn. Het zijn hulpkreten geworden vanuit een diep en vurig verlangen naar verhoring.

De laatste weken ervaren we dat, als we bepaald worden bij de Gemeente van Christus in ons land, God ons steeds weer tot die smekingen brengt. Zoals Paulus dat omschrijft:
want wij weten niet wat wij bidden zullen naar behoren, maar de Geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen. (Romeinen 8: 26)
En bij die smekingen krijgen we dan het beeld voor ogen van Jakobs worsteling in Pniël aan de voet van de Jabbok (Genesis 32:22-32). Jakob worstelde daar in die nacht met God, maar bovenal met zichzelf.
Uiteindelijk klinkt zijn roep: “Ik laat U niet gaan tenzij U mij zegent!” Dat was zijn smeekbede om genade, zijn roep van wanhoop. En God hoorde en veranderde zijn naam van Jakob naar Israël.  Jakob kreeg een nieuwe naam en een nieuwe identiteit. Van ‘strijder met mensen’ naar ‘strijder met God.’ Zijn hele leven had hij altijd zelf de touwtjes in handen gehad en nu moest hij zich volkomen overgeven aan de genade van God. Die genade bracht Jakob in verzoening met zijn broer Esau…

Waarom krijgen we bij onze smekingen en gebeden dat beeld van Jakob voor ogen?
Misschien wel omdat het gaat om een identiteitsverandering van de Bruid van Christus. We proeven om ons heen een verlangen naar opwekking vol wonderen en tekenen. Maar een opwekking in het land begint bij een opwekking in de Gemeente; bij een verandering en een groei naar eenheid. En een opwekking in de Gemeente begint bij een opwekking in onszelf; bij acceptatie, erkenning en vergeving.
Kunnen we ons als christenen verzoenen met elkaar? Of is daar ook een angst zoals Jakob had voor zijn broer?

In deze tijd als God beloftes geeft van verandering, is het aan ons om Hem niet meer los te laten tenzij Hij ons gezegend heeft. We kunnen niet passief afwachten totdat God iets gaat doen. Aan elke verandering die God heeft gegeven ging een smekend gebed vooraf. Voordat Pinksteren aanbrak waren de volgelingen van Jezus onafgebroken in gebed in de bovenzaal …

Een bekend spreker zei onlangs: Het is vreselijk als mensen dood gaan van de honger, maar het is nog erger als mensen dood gaan omdat ze geen honger meer hebben…
Hoe is het met de honger van de Gemeente naar het Levende Brood? Hoe dorstig zijn we naar het Levend water? Hongerige mensen zijn wanhopig en roepen naar God zoals Jakob dat deed.
Laat ons gebed niet belemmerd worden door angst voor teleurstelling, bang dat Hij niet zal horen. Nee! Laat de roep van Jakob horen vanuit de diepte van ons hart! En Hij die vol van genade is zal horen en geven wat we nodig hebben.

Vurig verwachtte ik de HERE;
toen neigde Hij Zich tot mij en hoorde mijn hulpgeroep,
Hij trok mij op uit de kuil van het verderf, uit het slijk van de modderpoel;
Hij stelde mijn voeten op een rots, mijn schreden maakte Hij vast,
Hij gaf mij een nieuw lied in de mond, een lofzang aan onze God.
Mogen velen het zien en vrezen, en op de HERE vertrouwen.
(Psalm 40: 2-4)

 

Plaats een reactie

Boek 'Als God Spreekt'

Nu verkrijgbaar:
Bijbels dagboek 'Als God Spreekt'