Bruiloftsgast of werknemer?

Bij al het werk wat we mogen doen in Zijn Koninkrijk is de verwachting die we van Hem hebben essentieel. Zien we met verlangen en vreugde uit dat Zijn Koninkrijk gevestigd wordt, of zijn we bezig met ons eigen koninkrijkje te bouwen? In een wereld vol ministries, bedieningen en podiumplaatsen dreigt soms het gevaar dat Gods Koninkrijk in het gedrang komt. Of zoals Jezus het zo treffend zei: ‘Velen zullen op die dag tegen Mij zeggen: Here, Here hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd, en in Uw Naam demonen uitgedreven en in Uw Naam veel krachten gedaan? Dan zal Ik hun openlijk zeggen: Ik heb u nooit gekend’ (Matth. 7: 22).

Het is ernstig als we ervan overtuigd zijn dat we in de Naam van Jezus aan het werk zijn, terwijl Hij er in feite niet (meer) bij betrokken is. Het is als de tempeldienst die plaatsvond in Gibeon, terwijl de ark daar niet meer was, omdat deze zich bevond in de tent van David (1 Kron. 16: 37-39).
Het werk laten we achter bij Gibeon. De tent van David is de plaats van de intieme omgang waar God ons voor roept. Alleen vanuit die plaats kunnen we Hem dienen en Hem verwachten. Alleen dan kunnen we vruchtdragen.

Toen Johannes de Doper zag dat Jezus was gekomen, wist hij zijn plaats: ‘Hij moet meer worden, ik echter minder’ (Joh. 3: 30). Hij zag zich als ‘de vriend van de Bruidegom, die erbij stond en Hem hoorde en zich verblijdde over de stem van de Bruidegom’ (vers 29).

In de bruiloftstoet bevinden zich de vrienden en familieleden van de bruidegom. Zij zijn de gasten van het feest. Er is een verschil tussen voor God werken of met de Bruidegom optrekken. Ben je een vriend van de Bruidegom of een werker voor Hem? Er ligt een uitnodiging klaar voor het feestmaal. En het thema van het feest is aangekondigd door Johannes: ‘Hij moet meer worden en ik minder’.

Plaats een reactie

Boek 'Als God Spreekt'

Nu verkrijgbaar:
Bijbels dagboek 'Als God Spreekt'