Gevuld door de levensadem

Toen God de mens had geschapen, ‘blies Hij de levensadem in zijn neusgaten; zo werd de mens tot een levend wezen’ (Gen. 2: 7). De levensadem die Jesaja beschrijft is vertaald uit het Hebreeuwse woord ‘Shamah’ en betekent letterlijk ‘wind’, maar kan ook ‘inspiratie’ betekenen. Elk levend mens ontvangt ten diepste zijn inspiratie van God.
Toch geeft niet ieder mens God daarvoor de eer. Er lopen heel veel geïnspireerde mensen op deze aarde, die een goddeloos leven leiden.

Jesaja maakt echter een onderscheid tussen het volk dat op aarde is, en de mensen die daarop wandelen. Met ‘wandelen’ wordt dan niet alleen bedoeld hoe je de ene voet voor de andere zet, maar hoe de mens zich voortbeweegt op de weg die God heeft voorbestemd. Zoals Henoch wandelde met God (Gen. 5: 24), waarmee een intieme omgang met God wordt bedoeld. Die mensen ontvangen de ‘Ruach’, de heilige wind, Gods Geest, vol van kracht en wijsheid.

Daarmee geeft Jesaja aan dat er een verschil is tussen inspiratie en de vervulling van Gods Geest. Op Pinksteren ontvingen de discipelen de Heilige Geest, wat gepaard ging met vuur, kracht, vreemde talen, gevolgd door wonderen en tekenen. Geïnspireerde mensen laten indrukwekkende dingen achter. Maar daar waar Gods Geest werkt worden mensen weer in contact gebracht met hun Schepper en worden levens veranderd, hersteld en vernieuwd.

“Heilige Geest van God, kom en vul mijn hart. Doe Uw werk door mij heen, zodat anderen U mogen ontmoeten en geraakt en verfrist mogen worden door Uw wind”

Plaats een reactie

Boek 'Als God Spreekt'

Nu verkrijgbaar:
Bijbels dagboek 'Als God Spreekt'