Goud en zilver

Goud en zilver zijn de afgoden van alle tijden. Jesaja beschrijft hoe in zijn tijd gouden en zilveren beelden werden gemaakt en hoe mensen daarvoor neerbogen. In deze tijd gebeurt dat niet meer zo letterlijk, maar speelt het geld in de wereld wel een hele grote rol. Wie geld heeft is machtig, en in die zin wordt er veel ‘gebogen’ voor hen die geld bezitten.

Jezus waarschuwt daarvoor als Hij zegt: ‘U kunt niet God dienen en de mammon’ (Lucas 16: 13). Zowel voor armen als voor rijken kan het geld een valkuil zijn. Voor de één met financiële zorgen kan het een belemmering zijn om op God te blijven vertrouwen als de rekeningen niet betaald kunnen worden. Voor de ander met veel kapitaal kan dit hem net als de rijke jongeling ervan weerhouden om Jezus te volgen (Matth. 19: 16-30).

Tot beide groepen spreekt God als Hij zegt: ‘Van Mij is het zilver en van Mij is het goud’ (Haggai 2: 9). Opmerkelijk is het als we beseffen dat die zin in de context staat van de bouw van de tempel. Als de bijbel zegt dat we zelf Gods tempel zijn (1 Kor. 3: 16), dan weten we dat we alle zorg over goud of zilver aan Hem mogen toevertrouwen. Hij is de Voorziener en zal geven wat we nodig hebben. Alles wat Hij vraagt is goed rentmeesterschap.

Als we daarin slagen, zullen we als tempels van God Zijn glorie kunnen tonen aan een wereld die dat nodig heeft. ‘Dan zal de heerlijkheid van dit toekomstige huis groter zijn dan die van het eerste. In die plaats zal Hij vrede geven’ (Haggai 2: 10).

Plaats een reactie

Boek 'Als God Spreekt'

Nu verkrijgbaar:
Bijbels dagboek 'Als God Spreekt'