Het bruiloftskleed

De eerste mensen hadden in het Paradijs geen kleding nodig. We lezen in Genesis dat Adam en zijn vrouw allebei naakt waren, maar dat zij zich niet schaamden (Gen. 2: 25). Schaamte ontstond pas na de zondeval, als gevolg van ongehoorzaamheid. Schaamte wordt ten diepste veroorzaakt door schuld, waardoor de mens kwetsbaar is geworden. Kwetsbaar voor het kwaad wat op de loer ligt, voor duistere machten die de mens proberen te verleiden en te misleiden. Kwetsbaar ook voor pijn, verdriet, ziekte en dood. Die kwetsbaarheid heeft er voor gezorgd dat elk mens zichzelf beschermt en zich niet direct ‘bloot geeft’. Pas wanneer we weten dat die ander ‘te vertrouwen’ is openen we onszelf meer en meer.

Wantrouwen kan een reden voor iemand zijn om zich niet te durven openen voor God, omdat Hij niet zichtbaar is, onbekend en ver weg. Net als Adam en Eva zijn we van nature geneigd om ons voor God te verstoppen, of om die schaamte te bedekken met allerlei ‘zelfgemaakte bladeren’. Er zijn om ons heen genoeg bladeren te vinden, waarin we ons kunnen hullen.

God heeft vanaf het begin de schaamte willen wegnemen: ‘En de Here God maakte voor Adam en voor zijn vrouw kleren van huiden en kleedde hen daarmee’ (Gen. 3: 21). Maar het was een tijdelijke noodoplossing, want de schuld werd daarmee niet voorgoed weggenomen. Daar moest een grotere prijs voor betaald worden aan het Kruis. God kwam in Jezus naar ons toe, om Zich weer opnieuw bekend te maken. Om ons opnieuw te bekleden, maar nu met een kostbare mantel van gerechtigheid. Dat bruiloftskleed wacht op ons om aangetrokken te worden. Om elke dag onze Bruidegom zonder schaamte en schuld tegemoet te gaan. Zodat we kunnen zingen: ‘Ik ben zeer vrolijk in de Here, mijn ziel verheugt zich in mijn God’ (Jesaja 61: 10).

Plaats een reactie

Boek 'Als God Spreekt'

Nu verkrijgbaar:
Bijbels dagboek 'Als God Spreekt'