De Heilige Geest – Deel 2

Inleiding Cees Klepper t.g.v. verdiepingsavond ‘Going Deep’ (Huis van Gebed Streams) op 31 oktober 2019.

Op de vorige ‘Going-Deep avond hebben we gezien hoe de Heilige Geest in de Bijbel o.a. wordt gesymboliseerd als de wind. In Genesis manifesteert de Geest Zich in de schepping als adem van leven. In Hooglied 4: 16 lezen we hoe de Geest kan komen als een krachtige noordenwind of als een zachte zuidenwind. Bovenal laat de Bijbel zien dat de Heilige Geest niet alleen een kracht is, maar een Persoon, Die verlangt naar relatie. Hij wil niet bij ons op ‘bezoek zijn’, maar in ons ‘wonen’ en in en door ons heen ‘bewegen‘. 
Alleen door de Heilige Geest is het mogelijk dat we het lichaam zijn van Jezus; dat we Zijn handen en voeten zijn, Zijn ogen en oren, Zijn mond… Christus wordt in ons zichtbaar als we de Heilige Geest ruimte geven. Paulus beschrijft dat naar de gemeente in Korinthe:
‘Want wij zijn voor God een aangename geur van Christus, onder hen die zalig worden en onder hen die verloren gaan’ (2 Korinthe 2: 15).

De zalving van de Heilige Geest

Daarom wordt de Heilige Geest in de Bijbel ook wel vergeleken met (zalf)olie. Koningen werden door profeten gezalfd met olie als symbool dat de Heilige Geest op hen zou komen om hen te bekwamen en te vervullen met wijsheid. Priesters (maar ook voorwerpen in de tempel) werden eveneens gezalfd om hen apart te zetten voor God. Deze zalfolie bestond uit specifieke componenten: Mirre, kaneel, kalmoes en kassia, die door God waren voorgeschreven (Exodus 30: 23, 24). Die verschillende componenten hebben elk een specifieke betekenis en zeggen iets over het karakter en het werk van de Heilige Geest:

Mirre; olie die als gomhars vrijkomt en uit de schors vloeit staat symbool voor vrijheid; Grondtekst (Hebr):  Mär-deror’; deror betekent zowel ‘druppels’ als ‘vrijheid’. 
2 Korinthe 3: 17 ‘waar de Geest van de Here is, daar is vrijheid’
Mirre werd ook gebruikt voor het balsemen van overledenen. Zo wil de Heilige Geest bij ons aandringen om ons ‘ik’ op het altaar te leggen en te sterven aan jezelf. Sterven aan jezelf betekent dus eigenlijk: in de vrijheid komen, omdat de Heilige Geest dan alle ruimte krijgt. Pas dan kunnen we volledig tot ons doel komen.

Kaneel; specerij uit de bast van kaneelboom; Grondtekst (Hebr): ‘Cinnamon’ betekent ‘rechtop staan’, ‘oprichten’. Denk hierbij o.a. aan – –
Matth. 12: 20/Jesaja 42: 3 ‘het geknakte riet wat Hij niet zal verbreken’
De Heilige Geest wil ons echter niet alleen maar oprichten in moeilijke situaties; ‘Cinnamon’ verwijst vooral naar de opstandingskracht van Christus, immers het was de Heilige Geest die Jezus opwekte uit de dood.
Handelingen 1: 8 ‘maar u zult de kracht van de Heilige Geest ontvangen’
De Heilige Geest wil ons Zijn opstandingskracht laten ervaren. Zoals Hij in Jezus was, zo is Hij ook in ons!

Kalmoes; grasachtig geurende rietstengels. Grondtekst (Hebr): ‘Qaneh’ wordt ook wel vertaald met ‘maatstaf’; een rietstengel om te meten. Zo is de Heilige Geest Gods maatstaf voor een vruchtbaar leven:
Galaten 5: 22 ‘De vrucht van de Geest is echter liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing’

Kassia; specerij uit de bast van een altijdgroene boom; Grondtekst (Hebr): ‘Qiddah’ betekent letterlijk ‘strook’; het uitsnijden van de bast verwijst naar het proces waarin de Heilige Geest ons voor God apart wil zetten (heiligen). Het werkwoord wat hiervan is afgeleid (‘qadach’) wordt vertaald met ‘vuur aansteken’. Dit verwijst naar het altijd brandende vuur in de tempel. Enerzijds als beeld dat de Heilige Geest onze gebeden wil aanwakkeren, anderzijds dat Hij de Helper wil zijn om onze passie voor Jezus aan te vuren. Daarnaast verwijst het vuur naar de toorn van God over de zonde. We komen het woord ‘qadach’ dan tegen in teksten als:
Deuteronomium 32: 22 ‘Want een vuur is aangestoken in Mijn toorn’
(zie ook: Jeremia 15:14 en 17: 4) Hier verwijst het naar het werk van de Heilige Geest om mensen tot zondebesef te brengen:
Johannes 16: 8 ‘En als Die gekomen is, zal Hij de wereld overtuigen van zonde, gerechtigheid en oordeel’
Maar ook naar het louteringsproces om ons zuiver en ‘echt’ te maken:
Mattheüs 3: 11-12 ‘Hij zal u dopen met de Heilige Geest en met vuur. Zijn wan is in Zijn hand en Hij zal Zijn dorsvloer grondig reinigen en Zijn tarwe in de schuur verzamelen en Hij zal het kaf met onuitblusbaar vuur verbranden’

Wanneer we spreken over zalving, dan betekent dat dus dat deze componenten deel gaan uitmaken van ons leven, omdat de Heilige Geest in ons is uitgestort. Zijn opstandingskracht en Zijn vuur is in ons!
Zalving betekent letterlijk: ‘apart gezet’ of ‘geheiligd’. Zoals de voorwerpen in de tempel werden gezalfd voor een specifiek doel, zoals priesters, profeten en koningen werden gezalfd voor een speciale roeping, zo zijn wij als christenen gezalfd met de Heilige Geest voor een speciaal leven. Het gaat er niet om wat wij doen (OT), maar wie we zijn in Christus:
Johannes 17: 16 ‘Zij zijn niet van de wereld, zoals Ik niet van de wereld ben. Heilig hen door Uw waarheid;
En het doel van dat alles is: ‘opdat de wereld erkent dat U Mij gezonden hebt en hen liefgehad hebt (Joh. 17: 23)…en: ‘Opdat de liefde waarmee U Mij hebt liefgehad, in hen is…’ (Joh. 17: 26).

Zalving heeft alles te maken met overgave en ruimte geven aan de Heilige Geest. Als we spreken over een ‘gezalfde spreker’ of ‘gezalfde aanbidding’, dan wil dat zeggen dat iets van de ‘geur van de zalfolie te ruiken was’. Anders gezegd: zalving betekent dat er ruimte is waarin de Heilige Geest kan bewegen om ons aan te raken, of mee te nemen in de ‘hemelse dans’ van de Drie-eenheid, waar we het vorige maand over hadden.
Er zijn voorbeelden dat de zalving bij iemand of in een ruimte zo sterk was, dat dit ook werkelijk zichtbaar werd in de vorm van goudstof of olie. Hoe bijzonder is dat; dat er iets van de hemel op aarde zichtbaar wordt!

Aanbidden in Geest en waarheid

De Heilige Geest is de Persoon Die ons in gemeenschap met God wil brengen. Onze aanbidding is de reactie van onze kant op de uitnodiging van de Heilige Geest. Er is een enorme wisselwerking tussen het werk van de Geest in ons, en onze reactie daarop. In Zijn ontmoeting met de Samaritaanse vrouw (Johannes 4) maakt Jezus dat duidelijk. Aan de ene kant heeft Jezus het over de Heilige Geest als Hij zegt:

  • Johannes 4: 14 ‘Het water dat Ik hem zal geven, zal in hem een bron worden van water dat opwelt tot in het eeuwige leven’
  • Johannes 7: 38 ‘Wie in Mij gelooft, zoals de Schrift zegt: Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien. En dit zei Hij over de Geest, Die zij die in Hem geloven, ontvangen zouden’

Aan de andere kant is het Jezus die tot de vrouw zegt: ‘Geef Mij te drinken’ (Johannes 4: 7). Zelfs aan het kruis klinken die woorden van Jezus nog krachtiger: ‘Ik heb dorst!’ (Johannes 19: 28)
God dorst intens naar onze nabijheid. Niet omdat Hij ons nodig heeft, maar omdat Hij van ons houdt. 
Als we dit gaan begrijpen, dan worden onze gebeden anders. Dan zijn het geen monologen of verlanglijstjes, maar dan is onze voorbede een ontmoeting waarin harten worden gedeeld. Als wij drinken van het water dat de Heilige Geest ons geeft, dan worden we zelf een bron waar God zijn dorst kan lessen. 

In het gesprek met de Samaritaanse vrouw zegt Jezus:
Johannes 4: 23 ‘Maar de tijd komt en is nu, dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en waarheid, want de Vader zoekt wie Hem zo aanbidden. God is Geest en wie Hem aanbidden moeten Hem aanbidden in geest en in waarheid.’
Allereerst moeten we begrijpen dat ‘aanbidding’ hier verder gaat dan zingen, muziek of een bepaalde atmosfeer. Zingen is een heerlijke manier om onze aanbidding te uiten, maar het is niets meer dan een ‘verpakking’, terwijl het God om de inhoud gaat. De Samaritaanse vrouw zocht naar de juiste plaats en de juiste rituelen, maar Jezus wijst naar het hart. Het gaat Hem niet om de uiterlijke vorm, maar de innerlijke houding. Aanbidding in geest en in waarheid is leven in geloof en vertrouwen, in rust en overgave. Om dat te illustreren worden in het OT twee beelden van de Heilige Geest gegeven, in twee verhalen waar het volk Israël in de woestijn is en water nodig heeft. 

Water uit de rots bij Horeb

Exodus 17: 6 ‘Dan moet u op de rots slaan, en er zal water uitkomen, zodat het volk kan drinken. En Mozes deed dit voor de ogen van de oudsten van Israël.
Het water uit de rots bij Horeb is een beeld van de Heilige Geest. De eerste keer dat Mozes water uit de rots laat stromen, verwijst naar Pinksteren als vervolg op Goede vrijdag en Pasen. De staf van Mozes was een beeld van de wet en de rots was een beeld van Christus. Omdat Christus werd geslagen (aan het kruis), werd een bron van levend water geopend. De Heilige Geest kon komen, omdat Jezus aan het kruis de zonde heeft gedragen.

Water uit de rots bij Kades

Numeri 20: 8 ‘En spreek voor hun ogen tot de rots, en die zal zijn water geven. Zo zult u water voor hen voortbrengen uit de rots’
Het water uit de rots bij Kades is een beeld van het leven in de Geest. Er moest niet geslagen maar gesproken worden. Het gaat niet om onze kracht, maar om vertrouwen en geloof.
Daarom was God zo verbolgen toen Mozes toch op de rots sloeg. Mozes gebruikte de oude ‘truc’, omdat hij ten diepste niet begreep wat God wilde laten zien. Door zijn ongehoorzaamheid kon hij het beloofde land niet binnengaan. Wel mocht hij er uit de verte naar kijken. Ook dit is weer een symbolische les voor ons. Zolang we niet durven te geloven en te vertrouwen en het ‘zelf’ denken te moeten doen, kunnen we nooit komen op de plek waar de Geest ons naar toe wil leiden. Dan blijft het allemaal op een afstand. 

In zijn boek vol van de Geest’ schrijft Peter Halldorf dat we pelgrims zijn en dat ons leven geloofsrust zou moeten uitstralen omdat de Geest in ons woont. Zoals het volk Israël ervan doordrongen moest zijn dat God overal in de woestijn voor waterbronnen kon zorgen. Ze hoefden slechts te spreken, te bidden of te zingen (Numeri 21: 17 ‘Spring op, put’).
Zo heeft ‘aanbidding in geest en waarheid’ alles te maken met een levensstijl die geënt is op Zacharia 4: 6 ‘Niet door kracht, en niet door geweld, maar door Mijn Geest, zegt de Heer van de legermachten’.

De Heilige Geest en ons gebedsleven

Als we ons uitstrekken naar aanbidding in waarheid en geest, dan zal dat ons gebedsleven veranderen. De Heilige Geest wil ons daarin helpen en leiden. Alleen moeten we dan wel leren om Hem te ‘verstaan’.  Mijn eigen persoonlijke ‘stille tijd’ met God is enorm veranderd toen ik ontdekte dat de Geest tot mij wilde spreken en door mij wilde zingen. Ik moest oude patronen afleren zodat Hij meer ruimte kon krijgen. De ‘wilt U’ gebeden maakten meer en meer plaats voor momenten van stil worden, wachten, luisteren en aanbidding. De Geest bracht mij steeds meer naar de vraag: ‘Heer wat is Uw verlangen?’. Zoals Samuël leerde te bidden: ‘Spreek Here, want Uw dienaar luistert’ (1 Samuël 3: 9).

Tongentaal

Daarnaast leerde ik dat Hij door de tongentaal een belangrijk hulpmiddel in mijn gebed had gegeven. Tongentaal (glossolalie) wordt zowel door Jezus als door Paulus genoemd als één van de gaven van de Heilige Geest:
Marcus 16: 16 ‘En hen die geloofd zullen hebben, zullen deze tekenen volgen: in Mijn Naam zullen zij demonen uitdrijven, in vreemde talen zullen zij spreken
1 Korinthe 12: 10, 11 ‘en aan een ander allerlei talen, en aan een ander uitleg van talen. Al deze dingen echter werkt één en dezelfde Geest’

Over tongentaal en vooral het ruimte geven daaraan, wordt verschillend gedacht. In traditionele kerken wordt het nauwelijks gepraktiseerd. In sommige evangelische kringen wordt het beperkt toegestaan (niet in samenkomsten, maar in kleine kringen of in persoonlijk gebed), terwijl het in de meeste charismatische gemeentes een gave is die overal wordt gepraktiseerd, zowel in kleine kringen als in openbare samenkomsten.

Dat er verschillend mee wordt omgegaan, komt omdat de woorden van Paulus in de Korinthebrief niet altijd zijn begrepen. Belangrijk is altijd om Bijbelteksten in hun context te plaatsen. In de toenmalige gemeente in Korinthe waren er nogal wat misstanden en Paulus probeerde dat te corrigeren. In Korinthe werd veel in tongen gesproken, maar werd daar ook een bepaalde status aan gekoppeld wat leidde tot tweedracht en conflicten. Terecht dat Paulus dan wijst op de liefde (1 Kor. 13) die de basis moet zijn van alle gaven:
1 Korinthe 13: 1 ‘ Al zou ik de talen van mensen en van de engelen spreken, maar ik had de liefde niet, dan zou ik klinkend koper of een schallende cimbaal zijn geworden’

Het is goed om te weten dat er een verschil is tussen tongentaal en klanktaal, en dat er verschillende uitingen en werkingen zijn, zoals Paulus dat ook uitlegt aan de Korinthiërs.
Niet voor niets spreekt Paulus in 1 Korinthe 12: 28 over allerlei talen (HSV) of verscheidenheid van tongen (NBG). In de Griekse grondtekst staat hier: Genē glosson’, waarbij ‘Genē’ afgeleid is van ‘Genos’ en verwijst naar verschillende soorten. Paulus vergelijkt de verschillende tongen dan ook met muziekinstrumenten die elk zijn eigen toon of klank voortbrengt. 
In de bijbel kunnen we o.a. vier verschillende voorbeelden hiervan terugvinden:

1. Tongentaal bij evangelisatie

  • Handelingen 2: 4, 5 ‘En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest en begonnen te spreken in andere talen, zoals de Geest het hun gaf uit te spreken. (..) ieder hoorde hen in zijn eigen taal spreken’

Door de Heilige Geest konden de apostelen de talen spreken van de vreemdelingen die in Jeruzalem waren. Deze gave van tongentaal is het ontvangen van een bestaande, buitenlandse taal, met als doel: evangelieverkondiging.

2. Tongentaal als aanbidding

  • 1 Korinthe 14: 2 ‘wie in een andere taal spreekt, spreekt niet tot mensen maar tot God’
  • 1 Korinthe 14: 15a ‘ik zal met mijn geest lofzingen’

In het uiten van onze verering van God komen we soms woorden tekort. De Heilige Geest wil ons dan helpen en nieuwe woorden in onze mond leggen. Deze gave wordt zowel in het OT als in het NT beschreven. In het OT wordt in het Hebreeuws hiervoor het woord Tehillah’ gebruikt, wat letterlijk betekent: ‘De lofzang waarin God woont’. In het Nederlands is dit niet altijd eenvoudig te vertalen. Zo is er bij gebruik van dit woord in de grondtekst gekozen voor bijvoorbeeld: 

  • Psalm 51: 17 ‘Here, open mijn lippen; dan zal mijn mond uw lof verkondigen’
  • Jesaja 42: 10 ‘Zing voor de Here een nieuw lied’

Dat ‘nieuwe lied’ kan een bestaande aardse taal zijn, maar kan ook een taal zijn met ‘hemelse’ klanken of woorden die door de Heilige Geest worden ingegeven. Hiermee wordt niet alleen God verheerlijkt, maar ook ons eigen hart opgebouwd (1 Korinthe 14: 4). We zingen in een taal die we zelf niet begrijpen, maar in ons hart proeven we de vreugde van God en ervaren we dat God wordt grootgemaakt. Soms geeft de Geest ook een nieuw lied in onze eigen taal, die we wel verstaan, en waarin Hij ons inspireert om met nieuwe woorden Hem te aanbidden.

3. Tongentaal als profetie (stichting van de gemeente)

  • Handelingen 19: 6 ‘En nadat Paulus hun de handen opgelegd had, kwam de Heilige Geest op hen; en zij spraken in vreemde talen en profeteerden’
  • 1 Korinthe 14: 27 ‘En als iemand in een andere taal spreekt, laat het dan door twee of hoogstens drie mensen gedaan worden, ieder op zijn beurt, en laat één het uitleggen’

Paulus legt veel nadruk op de gave van profetie. De Heilige Geest wil de Gemeente stichten en opbouwen. Hij wil de Raadgever zijn en inzicht geven. Daarom is het noodzakelijk dat deze tongentaal vertaald wordt, zodat de Gemeente kan verstaan wat er gezegd wordt. Het kan zijn dat die vertaling door de persoon zelf van de Geest worden ontvangen. Dan kan hij dit zelf doorgeven. Het kan ook zijn dat dit door een ander gebeurt, die erbij is en van de Geest de vertolking ontvangt. We zullen op de volgende ‘Going Deep’ avond dieper op deze gave van profetie inzoomen.

4. Tongentaal als gebedstaal

Op verschillende plaatsen in de bijbel wordt ‘het bidden in de geest’ benadrukt als een belangrijk onderdeel van de geestelijke wapenrusting:

  • Efeze 6: 18 ‘terwijl u bij elke gelegenheid met alle gebed en smeking bidt in de Geest’
  • Judas 1: 20 ‘bouw uzelf op in uw allerheiligste geloof en bid in de Heilige Geest’

Vaak genoeg blijkt dat deze gebedstaal in tongen (zowel alleen als gezamenlijk) voor geestelijke doorbraken heeft gezorgd. Bij de verschillende opwekkingen in de geschiedenis (Korea, Oeganda, Indonesië, Wales, Brownsville, Toronto etc.) was bekend dat er vurige gebedsstrijders waren die volhardend en vurig in tongen baden. Bij voorbede en geestelijke strijd in tongentaal verbindt de Heilige Geest Zich met onze geest en wordt het een eenparig en krachtig gebed. Soms kan het gebeuren dat de Heilige Geest een nieuwe en andere taal geeft of in een ander ritme het gebed overneemt. Het is aan ons om dat te herkennen, dat toe te laten en daarin mee te gaan. In ons boek ‘Waar zijn de Wachters?‘ gaan we uitgebreid in op deze bijzondere en krachtige gebedstaal. Bidden in de geest en bidden met ons verstand is beide belangrijk, maar laat het verstandelijk bidden altijd gevoed worden door de Heilige Geest.

Verzuchtingen

God heeft ons als mens geschapen met onze emoties. We zien regelmatig dat de Heilige Geest onze emoties gebruikt om tot ons te naderen. Kennelijk geeft dat een opening in ons, waarbij Hij ruimte krijgt om dichterbij te komen. Andersom gebeurt het ook dat tijdens onze voorbede de Heilige Geest zoveel ruimte krijgt dat het onze emoties raakt. Dat zijn kwetsbare en intieme momenten die ons tot een diepe en intense voorbede brengen. Naast de tongentaal noemt Paulus nog een andere uiting die in ons gebed kan plaatsvinden, als de Heilige Geest ons gebed gaat overnemen:

  • Romeinen 8: 26 ‘En evenzo komt ook de Geest onze zwakheden te hulp, want wij weten niet wat wij bidden zullen zoals het behoort. De Geest Zelf echter pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen’

In de Griekse grondtekst staat hier de uitdrukking ‘huper-en-tugchaenei’ wat letterlijk betekent dat de Heilige Geest over ons komt en door ons heen pleit. Deze ‘onuitsprekelijke verzuchtingen’ gaan verder dan de tongentaal. Het kan ons zelfs in krampen en barensweeën brengen, omdat God in de geestelijke wereld iets ‘geboren wil laten worden’. In de bijbel lezen we dat de profeten en ook Paulus deze barensweeën hebben gekend. De diepe voorbede die de Heilige Geest wil geven gaat verder dan woorden. De smekingen en verzuchtingen waar Hij ons in wil leiden zijn intens, maar zo enorm krachtig. Een voorbeeld van de ‘verzuchtingen’ van Jezus lezen we voordat de opwekking van Lazarus plaatsvond: 

  • Johannes 11: 33 ‘Toen Jezus haar dan zag huilen, en ook de Joden die met haar meekwamen zag huilen, werd Hij heftig in de geest bewogen en raakte innerlijk in beroering’ (zie ook vs. 38).

De Griekse uitdrukking in de grondtekst ‘Em-brimaomai’ verwijst naar een kreet uit het diepst van Zijn hart. Ook dit is voorbede, want daarna zegt Jezus: ‘Vader, Ik dank U dat U Mij verhoord hebt’ (vs. 41).
Dit zijn de gebeden die de Heilige Geest in ons wil bewerken. De (profetische) voorbede, waarbij de Heilige Geest het voortouw neemt, maar waardoor het Koninkrijk baan breekt.
Wat een voorrecht en een genade dat de Geest ons zo wil meenemen naar een ander en hoger niveau. Soms zijn tranen en smekingen nodig om los te weken wat vastgeroest zit. Het zijn juist die tranen die Gods Geest laat stromen en maakt tot druppels die deel uitmaken van Zijn rivier van leven: 

Psalm 126: 5 ‘Wie het zaad draagt en dat zaait, gaat al wenend zijn weg; maar hij zal zeker terugkomen met gejuich, en zijn schoven dragen’

© Copyright 2019 Glory Ministries

Plaats een reactie

Boek 'Als God Spreekt'

Nu verkrijgbaar:
Bijbels dagboek 'Als God Spreekt'